4a. Inspecteren technische kwaliteit bouwwerk
Op grond van het Burgerlijk Wetboek is de eigenaar van een bouwwerk aansprakelijk voor eventuele materiële en/of lichamelijk schade die iemand lijdt door een ondeugdelijke technische kwaliteit van dat bouwwerk. Vanuit die verantwoordelijkheid moet u als eigenaar de toestand van het bouwwerk (laten) bewaken en zo nodig maatregelen nemen om het bouwwerk op niveau te brengen.
Advies is om uw bouwwerk circa 1 jaar na ingebruikname door een deskundige te laten onderwerpen aan een uitgebreide visuele inspectie . De constructie heeft dan doorgaans zijn gebruiksbelasting gehad en de eerste seizoensgebonden vervormingen ondergaan. Eventuele ontwerp- en bouwfouten kunnen dan bij inspectie alsnog aan het licht komen.
Bij de visuele inspectie moet de deskundige specifiek letten op scheuren en (overmatige) vervormingen in de constructie. Dit zijn mogelijke aanwijzingen voor onvolkomenheden met constructieve gevolgen. Daarbij moeten scheuren in een betonconstructie niet worden beoordeeld op de wijdte van een scheur, maar op het mechanisme dat de scheuren heeft veroorzaakt.
Periodieke inspecties door een deskundige zijn ook belangrijk om vast te stellen of het bouwwerk nog steeds veilig kan worden gebruikt. In zijn algemeenheid geldt voor zulke inspecties een aanbevolen tijdsinterval van 5 tot 10 jaar (of korter als eerdere inspecties daartoe aanleiding geven). Voor (gelijmde) houtconstructies worden de volgende inspectie-intervallen aanbevolen:
- voordat het verwarmingssysteem in gebruik wordt genomen;
- jaarlijks binnen de eerste vijf jaar van gebruik;
- na vijf jaar met tussenpozen van drie jaar.
Let bij periodieke inspecties met name op het volgende:
- schade die resulteert in een afname van materiaaleigenschappen, zoals corrosie van een staalconstructie, corrosie van wapening in beton en vochtindringing en scheurvorming in houtconstructies;
- scheuren en/of vervormingen die het gevolg kunnen zijn van de primaire krachtswerking, bijvoorbeeld scheuren in nokken van betonconstructies of verbogen en/of openstaande verbindingen in staalconstructies;
- scheuren die zijn veroorzaakt door verhinderde, dan wel opgelegde vervormingen;
- losse of afgebroken ankers, bouten en/of moeren bij constructies; verhoogde aandacht is noodzakelijk als sprake is van wisselende belastingen;
- afname van de opleglengte van constructieve onderdelen;
- schade door externe factoren als molest, brand of aanrijdingen;
- de wijze waarop water wordt afgevoerd en/of zich kan verzamelen op ongewenste locaties. De meeste vormen van aantasting van bouwmaterialen treden pas op als er water aanwezig is.
Bij het inspecteren van bouwwerken kan gebruik worden gemaakt van de volgende documenten:
- CROW-CUR Aanbeveling 72 “Inspectie en onderzoek van betonconstructies”;
- CROW-CUR Aanbeveling 117 “Inspectie en advies kunstwerken – Voor instandhouding civiel-technische constructies incl. mechanisch-elektrotechnische installaties en besturing”;
- CROW-CUR Aanbeveling 124 “Constructieve veiligheid bestaande bruggen en viaducten van decentrale overheden”;
- Richtlijn beoordeling Kunstwerken (RBK 1.2.1) Rijkswaterstaat, inclusief de achtergronden (TNO rapport bij RBK 1.2.1);
- Handleiding beoordeling metselwerk boogconstructies (gemeente ’s Hertogenbosch / platform bruggen).
Zorg voor een goede vastlegging van de resultaten van de periodieke inspecties, bij voorkeur met veel foto’s. Noteer bij scheuren ook de scheurwijdte op vaste locaties, zodat de eventuele ontwikkeling in de tijd is te volgen. Historische informatie over de ontwikkeling van schade is veelal een belangrijk hulpmiddel bij het vaststellen van de oorzaak en de ernst van de schade.
Het is belangrijk dat een deskundig persoon met voldoende kennis van materialen én gevoel voor mechanica de resultaten van een inspectie interpreteert. Dit verhoogt de kans dat gebreken worden herkend en de juiste conclusies worden getrokken.
Met name bij staalconstructies kan een goede beoordeling van de inspectieresultaten lastig zijn. De volgende signalen kunnen een indruk geven:
- de stand en afwerking van verbindingen;
- de mate van doorbuiging van schetsplaten, liggers en/of verbanden;
- eventuele scheefstand of torsie.
Detaillering krijgt in de staalbouw sterk wisselende aandacht. Detailberekeningen worden vaak selectief gemaakt. Details kunnen daardoor onvoldoende doordacht of onvolledig zijn. Dit kan zich bijvoorbeeld manifesteren in te kleine lassen, afwijkende boutpatronen en boutdiktes, maar ook door het ontbreken van verstijvingsschotten en excentriciteiten. Bij de uitvoering kunnen kopplaten scheef staan of boutgaten niet goed passen. Gevolg kan zijn dat bouten of moeren worden weggelaten of dat praktische aanpassingen in het werk de krachtswerking van verbindingen nadelig beïnvloeden.
“Bij inspecties van (gelijmde) houtconstructies moeten, naast zichtbare veranderingen, de volgende punten worden gecontroleerd:
- het houtvochtpercentage op verschillende meetpunten en diepten;
- het klimaat (luchtvochtigheid en temperatuur), vergelijk dit met het evenwichtsvochtgehalte van het hout (dit behoort in het beheer- en gebruiksdossier te zijn vermeld);
- de aanwezigheid van vochtbronnen die in direct contact staan met de houtconstructie, zoals een lekkende dakconstructie, lekkages in leidingen of condensvorming op houten onderdelen;
- de aanwezigheid van scheuren in het gelamineerde hout;
- details en verbindingen.