Pak risico’s zoveel mogelijk bij de bron aan! De engineering kan een belangrijke foutenbron zijn. De bronaanpak begint bij de vakbekwaamheid van degene die het werk doet. Bij de engineering van bouwwerken maken we onderscheid tussen het ontwerp en de detailberekeningen. Voor het ontwerpen van een complexe constructie zijn andere competenties nodig dan voor een detailberekening van een systeemvloer. Er is daarom geen eenduidige omschrijving te maken van de vereiste vakbekwaamheid van een ontwerpend constructeur of een deelconstructeur. Naast de vakbekwaamheid is de veiligheidscultuur in het bedrijf een belangrijke invloedsfactor.

Het voorkomen van fouten in de engineering begint bij de vakbekwaamheid van degene die het werk doet

Iemand die voor het ene project vakbekwaam is, is dat mogelijk niet voor een ander project. Om af te wegen of iemand vakbekwaam is voor een bepaald project, zijn de antwoorden op de volgende vragen van belang.

  • Heeft de persoon ervaring met soortgelijke projecten?
  • Heeft de persoon voldoende kennis voor de betreffende constructie (materialen/type constructie/belastingen/brandwerendheid/duurzaamheid)?
  • Heeft de persoon voldoende kennis over aan de constructie te stellen bijzondere eisen (zoals dynamische effecten, afwijkende windbelastingen, vermoeiing) om ontwerpberekeningen te kunnen maken?
  • Heeft de persoon genoeg kennis over geotechnische aspecten, invloed op de omgeving en maakbaarheid om in samenwerking met derden tot een goed ontwerp te komen?
  • Is de persoon voldoende onderlegd om de resultaten van de gebruikte rekensoftware te beoordelen?
  • Heeft de persoon bij het maken van detailberekeningen een zodanig inzicht in het ontwerp van de hoofdconstructie, dat hij de rol van afzonderlijke constructiedelen daarin kan begrijpen?

Omdat de benodigde vakbekwaamheid niet eenduidig is vast te stellen, rust er een grote verantwoordelijkheid op u als opdrachtgever en ontwerpend constructeur. U moet voor iedere opdracht weer toetsen of de vakbekwaamheid voldoende is gewaarborgd. Als opdrachtgever (of D&B-aanbieder) kunt het Constructeursregister RC/RO raadplegen. Vraag referenties en CV’s van de betrokken medewerkers.  Daarbij is het mogelijk dat iemand die niet de voor een project benodigde vakbekwaamheid en vaardigheden heeft, werkt onder supervisie van een constructeur die wel voldoende is gekwalificeerd.

Opleidingen

De Betonvereniging en Bouwen met Staal hebben in samenwerking met de TU Delft en enkele Technische Hogescholen een stelsel van opleidingen ontwikkeld. De opleidingen kunnen uiteindelijk – na het maken van een afstudeeropdracht – leiden tot een diploma dat voldoet aan de internationaal erkende constructeurstitel MSEng (Master of Structural Engineering). Deze is te vergelijken is met het niveau van de ir of de MSc (Master of Science). MSEng- of MSc-gediplomeerden kunnen vervolgens nog een assessmentdeel doorlopen. De kandidaten volgen complementaire cursussen. De praktijkervaring als constructeur wordt getoetst. Ter afsluiting van dit gedeelte maken de kandidaten een Meesterproef, die zij mondeling moeten verdedigen voor een commissie. Geslaagde kandidaten ontvangen het diploma Betonconstructeur BV of Staalconstructeur BmS, dat recht geeft op het voeren van de titel PMSE (Professional Master of Structural Engineering). Deze titel wordt verleend door de TU Delft.