Constructieve veiligheid speelt met name tijdens de ruwbouwfase. Maar tijdens de afbouwfase moeten alle voorzieningen ook constructief veilig  worden uitgevoerd. Bouwkundige gevels, traphekken, leuningen, balkons, doorvalbeveiligingen en dergelijke moeten ook voldoen aan constructieve veiligheidseisen zoals die in het Bouwbesluit zijn vastgelegd. Het is de taak van de toezichthouders erop toe te zien dat ook van deze onderdelen constructieve berekeningen worden gemaakt en dat ze goed worden uitgevoerd.

 

Ondeskundige bouwkundige details vormen de bron van ernstige fouten.

Bepaalde gebreken komen mogelijk pas bij de oplevering aan het licht. De toezichthouder namens het bevoegd gezag dient dan aan te geven in welke opzichten het bouwwerk in strijd is met de omgevingsvergunning en/of het Bouwbesluit. Dit kan het in gebruik nemen in de weg staan. Uiteraard moet dit goed worden vastgelegd. Het eerder genoemde Landelijk Toezichtprotocol biedt een voorziening voor dossiervorming.