Het bevoegd gezag kan op basis van de Mor dwingend optreden jegens de aanvrager, wanneer de samenhang van nader ingediende gegevens en bescheiden omtrent de constructie onvoldoende is aangegeven. Alle partijen én de constructieve veiligheid hebben er baat bij als ook het bevoegd gezag de regelgeving op consistente wijze hanteert.

Consistente toetsing draagt bij aan constructieve veiligheid

Als sancties nodig zijn, is zorgvuldigheid geboden. Van de internetsite van de Vereniging BWT Nederland (www.vereniging-bwt.nl) kunnen teksten worden gedownload, die het bevoegd gezag kan overnemen in aanschrijvingsbrieven en dergelijke.

Veel beter is het natuurlijk om er in goed overleg met de coördinerend constructeur en het bouwbedrijf voor te zorgen dat alle noodzakelijke gegevens correct en volledig worden aangeleverd.  Zo kunt u publiekrechtelijke dwangmaatregelen voorkomen. Niettemin moet u als bevoegd gezag in uiterste instantie handhavend durven optreden, in het belang van de constructieve veiligheid van het Nederlandse gebouwenbestand.

Het toetsen van nader ingediende gegevens en bescheiden hoort nog tot de formele behandeling van de bouwaanvraag. Dat betekent onder andere, dat de toetsing moet worden uitgevoerd door ter zake deskundige medewerkers en niet door een ‘buiteninspecteur’, zoals in de praktijk nog te vaak gebeurt. Daarnaast is het belangrijk dat de toetsing daadwerkelijk binnen drie weken na indiening plaatsvindt, anders is een handhavings- en sanctiebeleid weinig effectief.