Het uitvoerend bouwbedrijf is ervoor verantwoordelijk dat tijdelijke constructies en hulpconstructies veilig zijn en voldoen aan vigerende normen. Steigers, stempelwerk en ondersteuningsconstructies krijgen vaak minder aandacht dan de hoofdconstructie. Dat maakt ze tot risicovolle onderdelen in het bouwproces! In de uitvoering moeten hulpconstructies vaak worden aangepast. Dan is er een reële kans dat wordt afgeweken van ‘de’ standaard, waardoor het gedrag van de hulpconstructie onvoorspelbaar wordt. Het uitvoerend of toezichthoudend personeel heeft vaak niet de  constructieve kennis om dat te onderkennen.

Als zich bijzondere situaties voordoen, is altijd een aparte berekening noodzakelijk. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer:

  • door de situatie of de vorm van het bouwwerk de standaard opbouw van een steiger niet mogelijk is;
  • de ondergrond van de steiger onstabiel is;
  • er grote schade kan optreden als de steiger faalt.
Ingestorte steiger bij de B-Tower in aanbouw, Rotterdam 2010
Ingestorte steiger bij de B-Tower in aanbouw, Rotterdam 2010

Pas hulpconstructies niet aan zonder overleg met de engineeringscoordinator!

Tijdige keuring door een deskundig persoon verhoogt de veiligheid aanzienlijk. De benodigde deskundigheid en diepgang van de keuring hangt uiteraard af van de complexiteit van de situatie. De coördinerend constructeur kan een rol spelen bij de identificatie van hulpconstructies die extra aandacht verdienen. Hij kan ook helpen bij de selectie van een deskundige partij en de controle van het ontwerp en de berekening van deze hulpconstructies.

De Vereniging van Steigerbouw-, Hoogwerk- en Betonbekistingsbedrijven VSB brengt – in samenwerking met Bouwend Nederland – de Richtlijn Steigers uit (zie richtlijnsteigers.nl). De richtlijn bevat aanwijzingen voor het veilig ontwerpen, tekenen, bouwen en gebruiken van steigers. De VSB biedt ook branchegerichte opleidingen aan.

In het kader van onder meer de Arbeidsomstandighedenwet en het Arbobesluit Bouwproces moet het uitvoerend bouwbedrijf ook de veiligheid van tijdelijke en hulpconstructies borgen. Als er speciale veiligheidsmaatregelen noodzakelijk zijn, moeten deze worden opgenomen in het Veiligheids- en Gezondsheidsplan voor de uitvoering. En als de tijdelijke of hulpconstructies gevaar opleveren voor personen of goederen buiten de bouwplaats, moeten ze ook worden opgenomen in het Bouwveiligheidsplan. Dit laatste plan moet is één van de stukken die moeten worden ingediend bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning.

Ook bij de engineering en montage van hulpconstructies is het belangrijk de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van alle participanten goed vast te leggen. Het moet volkomen duidelijk zijn welke partij welke rol(len) moet uitvoeren. De Contactgroep Materieel van BouwendNederland heeft in 2015 een Richtlijn Bekistingen en Ondersteuningsconstructies uitgebracht. Daarin is een demarcatieoverzicht opgenomen van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van partijen die zijn betrokken bij de engineering en montage van de genoemde hulpconstructies. Het demarcatieoverzicht is ook opgenomen in het artikel “Wie doet wat? Taken en verantwoordelijkheden bij de enigineering van betonconstructies” in het blad Cement nr. 4 van 2015.