26 november 2025

Rijkswaterstaat hecht veel waarde aan constructieve veiligheid. Het contractueel vastleggen van rollen en verantwoordelijkheden in het proces draagt bij aan die veiligheid, zo is de overtuiging. Om die reden heeft RWS nu de handreiking ‘Proces Borging Constructieve Veiligheid in Projecten’ opgesteld. Het is een vertaling van het KPCV-document ‘Constructieve Veiligheid in de Infra’ naar de praktijk van RWS.

Aanleiding voor de handreiking is onder meer een veranderende markt, zo lichtte de opsteller van het document Rijk Noordzij van RWS toe, tijdens de partnerraad van KPCV op 29 oktober. Lange tijd heeft Rijkswaterstaat het credo ‘De markt tenzij …’ gehanteerd. Veranderende omstandigheden hebben echter geleid tot de behoefte aan meer samenwerking, onder meer omdat opdrachtnemers minder risico’s accepteren en omdat het projecten-portfolio van RWS is veranderd, van nieuwbouw naar meer vernieuwingsprojecten. Ook de diverse onderzoeken van Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) hebben het inzicht versterkt dat verantwoordelijkheden en bijbehorende rollen rondom constructieve veiligheid goed moeten worden belegd.

Relatie opdrachtgever en opdrachtnemer: drie opties

In de handreiking wordt onderscheid gemaakt tussen drie varianten in de relatie tussen opdrachtgever (OG) en opdrachtnemer (ON). Voor alle drie de opties zijn in de handreiking de rollen en verantwoordelijkheden uitgebreid omschreven en vertaald naar contracteisen, die in het contract met marktpartijen kunnen worden opgenomen.

De eerste optie is dat de opdrachtgever het DO maakt en de opdrachtnemer het UO. Dit is vooral van toepassing bij het (lokaal) versterken van bestaande objecten. In deze situatie is de opdrachtgever verantwoordelijk voor de borging van de constructieve veiligheid gedurende het gehele ontwerpproces en moet hij de hoofdconstructeur aanstellen.
Bij nieuwbouwprojecten levert de opdrachtnemer doorgaans het DO (tweede optie) en moet die ook de constructieve veiligheid borgen en de hoofdconstructeur aanstellen. Beide opties sluiten aan bij het uitgangspunt van KPCV.

Als derde optie benoemt RWS de situatie waarbij zowel opdrachtgever als opdrachtnemer een deel van het DO opstelt. Dat is van toepassing bij vernieuwingsprojecten, waarbij onderdelen van een bestaand kunstwerk worden aangepast of vervangen door nieuwbouw en er eventueel ook uitbreiding plaatsvindt. Voor de aan te passen onderdelen ligt de ontwerpverantwoordelijkheid bij de opdrachtgever. De reden is dat die onderdelen vaak niet aan ontwerpnormen voldoen en de restlevensduur moeilijk te bepalen is.
Voor de vervangende nieuwbouw en uitbreiding ligt de ontwerpverantwoordelijkheid bij de opdrachtnemer.

Belangrijk is dat de borging van constructieve veiligheid altijd bij slechts één partij is belegd

In de handreiking wordt veel aandacht besteed aan het borgen van de constructieve veiligheid bij deze derde optie. Belangrijk is dat de eindverantwoordelijkheid altijd bij slechts één partij is belegd.
Als er in deze derde optie geen interactie is tussen beide DO’s, dan borgen opdrachtgever en opdrachtnemer de constructieve veiligheid elk voor hun eigen deel.
Is die interactie er wel, dan moet vooraf worden bepaald wie eindverantwoordelijk is voor de borging van het gehele werk, de opdrachtgever of de opdrachtnemer. De keuze is afhankelijk van een aantal criteria. De inschatting is dat dat in de meeste gevallen de opdrachtgever zal zijn, gelet op de kenmerken van vernieuwingsprojecten.

Invulling rol hoofdconstructeur

In veel situaties is de opdrachtgever dus eindverantwoordelijk voor het borgen van de constructieve veiligheid en moet die de hoofdconstructeur leveren. De situatie moet evenwel worden voorkomen dat de opdrachtnemer zich niet meer verantwoordelijk voelt en daardoor zijn documenten ‘over de schutting gooit’. De opdrachtnemer draagt altijd de ontwerpverantwoordelijk voor alles wat hij doet.

RWS kent intern de functie van hoofdconstructeur niet. Die rol wordt daarom meestal belegd bij een ingenieursbureau. Die hoofdconstructeur moet volgens Rijkswaterstaat functioneren op het niveau van Register Ontwerper. Hij hoeft dat niet per se te zijn. Het niveau zal moeten worden aangetoond op basis van ervaring bijvoorbeeld zoals omschreven op www.constructeursregister.nl.

Overige rollen

In de handreiking worden verder de rollen engineeringscoördinator en toetsend constructeur, zoals ook genoemd in het KPCV, nader uitgewerkt. Ook de RWS-rol technisch wordt omschreven, specifiek toegespitst op zijn rol bij het borgen van de constructieve veiligheid.

De engineeringscoördinator wordt aangesteld door de opdrachtnemer, alleen in de situaties dat de rol van hoofdconstructeur bij de opdrachtgever is belegd. Is de opdrachtnemer eindverantwoordelijk voor de borging van de constructieve veiligheid dan is deze rol niet ingevuld.

De toetsend constructeur toetst het werk van de hoofdconstructeur. Hij opereert onafhankelijk van het ontwerpteam en toetst risicogestuurd, minimaal steekproefsgewijs. Bij omvangrijke en multidisciplinaire projecten zal deze rol van worden ingevuld door verschillende adviseurs en specialisten. Met het benoemen van een toetsend constructeur wordt invulling gegeven aan het advies van de OVV om professionele tegenspraak te organiseren.

De rol van de technisch manager van de opdrachtgever is het organiseren en aansturen van het ontwerpproces en het zorgen dat iedereen zijn rol goed kan vervullen. Het is nadrukkelijk een andere functie dan die van hoofdconstructeur. De hoofdconstructeur legt verantwoording af aan de technisch manager.

Uniforme aanpak

Met het duidelijk beschrijven van rollen en borgingsacties in de handreiking wil RWS de constructieve veiligheid beter borgen en zo de kans op bezwijken verder beperken. Het moet ook zorgen voor uniformiteit in aanpak richting marktpartijen en een efficiënte inzet van haar eigen personeel. De handreiking is binnen RWS niet vrijblijvend, alleen met goede argumenten mogen medewerkers ervan afwijken. Uiteindelijk is in de relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer leidend wat er in het contract staat.

Beschikbaarheid handreiking

De handreiking ‘Proces Borging Constructieve Veiligheid in Projecten’ is op 22 oktober 2025 gepubliceerd en hier te downloaden.