Sneeuw op te platte daken
6 mei 2026
Door de hevige sneeuwval van de afgelopen winter zijn veel gebouwen bezweken. Zo’n honderd schadegevallen zijn bekend, veelal bij platte daken. Het is niet voor het eerst dat zich problemen voordoen bij sneeuwval. Hoe komt dat toch en hoe is het te voorkomen? Erik Middelkoop (Haskoning/KPCV) ging erop in tijdens de Partnerraad van KPCV op 18 maart 2026.
Hoogte van de belasting
Het is nog niet zo eenvoudig om de exacte belasting door sneeuw te berekenen. Het begint bij het gewicht. Dat is lang niet eenduidig. Er zouden zo’n 500 verschillende soorten sneeuw bestaan. Volgens bijlage E van NEN-EN 1991-1-3 weegt verse sneeuw 1,0 kN/m³ en dat loopt op tot 4,0 kN/m³ voor natte sneeuw. Volgens de nationale bijlage moeten we in Nederland uitgaan van 2,0 kN/m³. Dat terwijl uit een onderzoek tijdens een sneeuwperiode in 2005 het gewicht bleek te kunnen oplopen tot 6,0 kN/m³.
De belasting door sneeuw is uiteraard niet alleen afhankelijk van het gewicht, maar ook van de hoogte van het sneeuwdek. Die wordt door veel factoren bepaald. Zo moet je bij dakranden met een hoger sneeuwdek rekenen. En in een open omgeving mag je de belasting juist reduceren, omdat ervan uit wordt gegaan dat sneeuw van het dak waait. Maar natte sneeuw stuift niet op en daar houdt de norm geen rekening mee. Bovendien kan de mate waarin sneeuw opstuift veranderen doordat er in de omgeving nieuwe bebouwing bijkomt. Zelfs de aanwezigheid van een boom kan invloed hebben.
Ook het toevoegen van obstakels op het dak, zoals zonnepanelen of luchtbehandelingskasten, heeft flinke invloed als gevolg van sneeuwophopingen. Het effect daarvan kan veel bepalender zijn voor de constructieve veiligheid dan het gewicht.
Waar de norm ook niet goed rekening mee houdt is de lengte van een vorstperiode. Over de hoeveelheid sneeuw die valt is statistisch vrij veel bekend. Maar over hoe lang de sneeuw blijft liggen, weten we eigenlijk heel weinig. Dat is afhankelijk van onder meer de temperatuur en de wind. Als het gedurende een vorstperiode meerdere dagen sneeuwt en de sneeuw dus niet smelt, kan de dikte van het sneeuwdek flink oplopen. Dat is niet goed verdisconteerd in de regelgeving.
Er is ook nauwelijks rekening mee te houden. Uit onderzoek naar de eerder genoemde sneeuwperiode van 2005 bleek dat de belasting niet per se het hoogst was op plekken waar het het meest had gesneeuwd of waar het sneeuwdek het grootst was. Zo bedroeg de belasting in Apeldoorn 69,7 kg/m² – meer dus dan de 56 kg/m² waarmee je volgens de Eurocode in standaardsituaties moet rekenen. Maar het sneeuwdek in Enschede was dikker. In die omgeving vonden wel de meeste instortingen plaats.
Naast de temperatuur heeft ook de windsnelheid invloed op de dikte van het sneeuwdek. En die windsnelheid is dan weer niet constant.
Overigens hoef je in Nederland niet te rekenen met een combinatie van extreme belasting door sneeuw én wind. Toch is niet uitgesloten is dat die belastingen gelijktijdig optreden. Normaal gesproken zorgt wind weliswaar voor een opwaartse belasting op het dak, maar bij grote daken kan die ook voor een neerwaartse belasting zorgen. Dat is zeker het geval als er onderdruk ontstaat in een gebouw, bijvoorbeeld doordat iemand de deur openzet bij harde wind. Wat ook meespeelt, is dat de statistieken geen rekening houden met extreme omstandigheden door bijvoorbeeld windhozen. Die zijn zo lokaal dat ze geen invloed hebben op de statistiek.
Dit alles maakt het bepalen van de sneeuwbelasting bijzonder complex. In normen is met al deze factoren eigenlijk niet goed rekening te houden.
Wateraccumulatie
Bij het smelten van sneeuw ontstaan er problemen als gevolg van onvoldoende stijfheid van de dakconstructie, net als bij wateraccumulatie. Doordat het dak onder belasting doorbuigt, stroomt het water naar de lage plekken en neemt de belasting op die plekken toe. Daardoor buigt het dak nog verder door, waardoor ook de belasting weer toeneemt, enzovoort.
Het rekenen aan wateraccumulatie is op zichzelf al bijzonder complex, zeker bij daken die in twee richtingen dragen. Bij sneeuw wordt dat alleen maar ingewikkelder, want (smelt)water verplaatst zich niet heel snel door sneeuw. Dat is eerder vergelijkbaar met hoe water zich door grond beweegt.
Omdat stijfheid zo’n belangrijke factor is, komen de problemen vooral voor bij lichte daken. Daarbij heeft de sneeuw- of waterbelasting verhoudingsgewijs een groot aandeel in de totale belasting. Bij betonnen daken is het eigen gewicht relatief groot en daar doen zich dan ook nooit problemen voor.
De problemen verergeren door onvoldoende capaciteit van de hemelwaterafvoer. Die afvoer kan vollopen of bevriezen en dat gebeurt nu juist vooral tijdens extreme weersomstandigheden.
Platte daken in Nederland blijken vaak niet over voldoende afschot te beschikken
Voldoende afschot is dus essentieel. Maar platte daken in Nederland blijken vaak niet over voldoende afschot te beschikken, zeker in vergelijking met het buitenland. In Nederland moet je uitgaan van 16 mm per m. Maar in de praktijk zie je vaak minder dan 10 mm per m, zo blijkt uit onderzoek dat Cobouw recent uitvoerde. En ondanks de problemen, is daarin door de jaren heen nauwelijks verbetering te zien. Maar het is zelfs de vraag of die 16 mm per m voldoende is. In het buitenland zie je eerder waarden van 25 tot 30 mm per m.
Oplossingen
In het toepassen van een groter afschot is veel winst te behalen. Dat hoeft helemaal niet duur te zijn. De dakrand moet misschien wat hoger worden, maar het stijver maken van de constructie is vele malen duurder. Dit nog afgezien van de complexe accumulatieberekeningen die je dan moet maken, die ook veel tijd en geld kosten
Je kunt afspreken dat de gebouweigenaar sneeuw verwijdert als het sneeuwdek te dik wordt
Een andere oplossing is het opstellen van protocollen bij extreme omstandigheden. Juist doordat de sneeuwbelasting zo moeilijk te berekenen en te voorspellen is, kun je er nauwelijks op ontwerpen. Maar je kunt wel afspreken dat de gebouweigenaar sneeuw verwijdert als het sneeuwdek te dik wordt. In de praktijk gebeurt dat ook al. Het goede nieuws is dat sneeuwbelasting zich niet van het ene op het andere moment manifesteert. Die neemt langzaam toe. Je hebt dus voldoende tijd om maatregelen te nemen. Maar bepalen bij welke sneeuwhoogtes dat precies nodig is, is niet makkelijk en komt redelijk nauw. Het is wel een relatief eenvoudige en goedkope oplossing.
Ook in de gehanteerde veiligheid moet je kritisch zijn. Of de sneeuwbelasting uit de normen hoog genoeg is, is maar de vraag. Als je dan ook nog allerlei reductiefactoren gaat toepassen, kan dat tot risico’s leiden. Als je bijvoorbeeld bij CC1-gebouwen rekent met de gereduceerde factoren en ook nog eens uitgaat van afkeurniveau voor bestaande bouw, houd je geen veiligheid meer over. En er staat nergens dat je op het minimum moet gaan zitten. Zeker als een gebouw een cruciale functie heeft, terwijl het officieel in de CC1-categorie zou vallen, zou een goed adviseur meer marge moeten inbouwen.
Kort gezegd: een goed constructeur volgt niet klakkeloos de normen.